Kaart van de Annapurna
 trekking (klik op kaart)

 

Annapurna tocht

 

Annapurna (8091m) gezien vanaf Poon Hill
Foto Snow Leopard Adventures

 


 

 


 

Via de toenmalige Nederlandse Bergsport Vereniging kwam ik in contact met de Vereniging Nederland-Nepal. Deze vereniging organiseerde onder de bezielende leiding van de heer J.Noordijk een aantal trektochten in Nepal. Ik was dermate enthousiast dat in 1981 een 4-weekse reis werd geboekt voor een trektocht rond de Annapurna met als hoog(s)te punt de overgang over de Thorung La, een pas van ruim 5.300 meter hoogte.

Op 10 april 1982 begon de reis met een vlucht vanaf Schiphol met Air India naar New Dehli en vandaar met Royal Nepalian Airlines naar Kathmandu.

Er werd in Kathmandu gelogeerd in het Summit Hotel op Kupondole Height. Vandaar werden de trektochten voorbereid en werd kennis gemaakt met de sirdar (de hoofdsherpa) en de gidsen (sherpa's). Er waren 2 dagen gereserveerd om Kathmandu en Patan te bezoeken en wat te acclimatiseren.

Tijdens deze tochten werd er gekampeerd in tenten en er ging een kookploeg mee die bestond uit een sherpa-kok en drie hulpen, waaronder 2 meisjes. Er werd tijdens deze tocht nog gekookt op houtvuren.
Later is dit vervangen door kerosene branders.

Om alle bagage te vervoeren werden in Kathmandu en op de plaats waar wij door de bus werden afgezet lokale dragers ingehuurd. Zij werden per dag betaald. Wij begonnen deze tocht met een sirdar, een kookploeg van 4 personen, 5 sherpa gidsen en een sherpa gids voor de dragers.

Het aantal dragers varieerde tussen de 20 en 40, naar gelang er een last was. Vanaf Manang, de laatste redelijk grote plaats voor de overgang over de Thorung La pas (5300 meter) kregen de overgebleven dragers een sneeuwbril, gymschoenen, een deken en handschoenen.

Wij brachten 2 dagen door in Kathmandu. Het straatbeeld was zoveel anders dan we gewend waren. De koeien die rustig op straat liggen, het links rijdende verkeer, de vele fietstaxi's en gemotoriseerde driewielers die veel stank en lawaai veroorzaken. Newroad en Durbar Square zijn plaatsen om alles goed te bekijken. De tempel van de "living goddess"en de stupa in Swayambunath met zijn gebedsmolens en gebedsvlaggen zijn indrukwekkend. Het bekendste hinduïstische tempelcomplex van Pashupatinath aan de oevers van de Bagmatirivier waar ook de plaatsen zijn waar de doden worden verbrand, hebben we bezocht.

Onze sirdar deze tocht heet Pasang Que en ik zal hem nog diverse keren in Nepal ontmoeten. Op 14 apeil vertrekken we met de bus, alle bagage en dragers boven op het dak, richting Dumre. ( 140km en 5 uur rijden). Hiervandaan gaan we lopen. Onze groep bestaat dan uit 8 members, 1 sirdar, 5 sherpa's en kookploeg van 4 personen en 24 dragers.

Dumre, onze laatste halte met de bus. De sherpa's en dragers klimmen van de bus om de bagage van het dak te halen.

 

We volgen de eerste week de rivier Marsyandi en stijgen per dag.
De dagelijkse routine is als volgt:
Om 05.30uur wakker door sherpa met thee en biskwie.
Daarna bak met warm water voor beetje wassen en dan snel inpakken.
06.00uur ontbijt wat bestaat uit pap, muesli, thee, melk.
07.00uur zijn we op weg. De sherpa's hebben de tenten afgebroken en ingepakt en de dragers zijn al op weg. De kookploeg ruimt zijn spullen op en vertrekt meestal als laatste. Zij lopen ons in de ochtend weer voorbij om als eersten op de lunchplek te zijn. De dragers lopen hun eigen tempo en koken vaak onderweg op rustplaatsen hun potje op een vuurtje.
11.00 uur. Lunchstop. Thee, toast, beleg, roerei.

13.00uur weer lopen tot de overnachtingsplaats die we meestal rond 16.00 uur bereikten.
Dan wassen, thee drinken, dagboek bijwerken.

 

Na een week lopen passeren we Jagat, een grotere plaats aan de Marsyandi rivier. Prachtig uitzicht op de Manaslu (8.156m) en de Himal Chuli (7.893m) ( waar ik in 1994 naar toe zal gaan).
We komen nu hoger en het wordt kouder. Na het passeren van het dorp Dharapani ( waar de sherpa Lakh Pa woont) komen we op een pas (2.050m) die de scheiding vormt tussen Lamjung en Manang. Hier passeren we een politiepost, waar onze trekking-permits worden afgestempeld. 's Avonds ontmoeten we een groep mensen die over de Thorung La zijn gekomen en vertellen dat de sneeuw tot hun middel reikte.
Zij waren in 16 uur vanuit Muktinath over de pas gekomen en toen naar Manang afgedaald. Vanavond hebben we soep, gebakken rijst, bloemkool en gebakken groenten en mango met sap op het menu staan. Om 8 uur naar bed.

 

                               Uitzicht op de Machapuchare (6.993m)

 

We zijn nu in de tweede week van de trekking en passeren Chame ( 2.800m)
Weer passeren we een checkpoint. Het weer wordt slechter en de wind neemt toe als we Pisang bereiken waar we vanavond ons kamp hebben. Pisang( Nepalees) , of Pi (Tibettaans) is het eerste echte Tibetaanse dorp wat we passeren.We zijn op een hoogte van 3.300 meter.

Na de volgende pas hebben we prachtig uitzicht op het dal, richting Manang, maar eerst komen we in Barga waar we een rust-ochtend hebben.

   

Hier in Braga staat een meer dan 400 jaar oude gomba (Boedistisch heiligdom) met prachtige beelden.We zien voor het eerst de yak en hebben onze kleding en onszelf weer eens goed gewassen.
Na de lunch lopen we naar Manang (3.800m). Ik vond het een smerige plaats, maar....er was wel een brievenbus. Of de brief ooit aan zou komen was toen de vraag, maar na thuiskomst bleek hij er toch te zijn.
In Manang wordt de beslissing genomen of we door gaan of naar Kathmandu terugkeren. Er ligt nog erg veel sneeuw en 2 leden van onze groep hebben last van hoogteziekte. De sirdar beslist dat we doorgaan naar het "high camp" zoals de sherpa's dat noemen. Daar is in ieder geval water. We verlaten Manang en lopen door een zijdal van de Marsyandi naar onze lunchplaats op 4.150m. Het weer begint slechter te worden.
Alsmaar klimmend door een prachtig, ruig landschap lopen we naar het "low camp"op 4.750 meter, waar we zullen overnachten. Diverse mensen hebben problemen met hoogte en koude. Weinig interesse in het eten wat de kok heeft klaargemaakt.

Maandag, 26 april 1982 worden we om 6 uur wakker gemaakt en is het plan om vandaag verder richting Thorung La te lopen en er vannacht overheen te gaan. Het begint nu ook zachtjes te sneeuwen en de sherpa's vragen ons om sprokkelhout voor de kookvuren mee te nemen. Op ruim 5.000 meter ( mijn hoogtemeter gaat niet verder), komen we aan in het "high camp"en gebruiken daar de lunch.
Om half 8 lig ik in bed om vannacht om 4 uur de klim naar de pas te gaan beginnen, maar.....het begint harder te sneeuwen.

Wat een teleurstelling. Het sneeuwt erg hard en om 4 uur durft Pasang Que het risico niet aan om de pas over te gaan. We blijven nog een dag in het kamp. Voor het acclimatiseren is het wel goed. Sfeer in de groep is een beetje gespannen. Buiten erg koud, het vriest 15 graden.

                                                                Thorung La op 5416 meter

                                                                  (foto is erg overbelicht)

 

Om half 4 worden we wakker gemaakt. De hemel is vol sterren en het is ijzig koud. Snel alles ingepakt en op weg. Er is net genoeg licht om de omgeving te onderscheiden. Het uitzicht is prachtig, de lucht is helder en wolkenloos.

Een Amerikaanse groep voor ons heeft problemen en gaan aan het zuurstofmasker. Bij ons valt de groep ook uiteen omdat de tempoverschillen groot zijn. Wanneer ik denk dat we op de pas zijn, blijkt deze nog 2 uur verder te liggen. De hoogte gaat mee spelen.

Uiteindelijk ben ik om 10 uur boven op de Thorung La (5.416 meter). Langzaam begint de groep boven te komen en begint na een half uur boven de kou ons parten te spelen. We dalen over de besneeuwde helling af met een ontzettende hoofdpijn. Wanneer we stoppen om te lunchen ben ik een beetje misselijk door de hoogte en de vermoeidheid.

Er wacht ons nog een heel lange afdaling (ruim 1.600 meter dalen) naar Muktinath (3.800m). Eenmaal in Muktinath drinken we een biertje op het succes en lig ik om 7 uur in mijn slaapzak.

De volgende ochtend dalen we verder af naar Kagbeni en Jomosom. Erg ruig gebied met hoge, kale hellingen. Vanaf Jomosom volgen we het dal van de Kali Gandaki. De delta is geweldig breed en iedere middag staat er een complete storm. We gaan nu verder langs de Gandaki trail en lopen langs Lete en Ghorapani over de pas. Hoogte is 2300 meter, we hebben weer moeten klimmen van 1.600 naar 2.300 meter en de volgende dag na een moeizame met 1.800 meter dalen en 800 meter klimmen bereiken we Chandrakot.

Het weer is nu steeds zonnig en hoe lager we komen, hoe warmer het wordt. Uiteindelijk komen we voor Pokhara door een Tibettaans vluchtelingen kamp. Na het betalen van de dragers gaan we de volgende dag met een lokale bus richting Kathmandu. We doen over de 200 kilometer ruim 7½ uur vanwege een lekke band en een kapotte radiateur.

Eind van de middag terug in het Summit Hotel in Kathmandu waar we uitgebreid douchen en van het zwembad gebruik maken.

Vrijdag, 7 mei 1982 reizen we via New Dehli en vandaar met een andere vlucht naar Bombay, vanwege een staking in Rome. Na lang wachten op het vliegveld uiteindelijk met taxi naar een hotel in Bombay gebracht en zaterdag, 8 mei vertrekken we om 18.00 uur richting Rome en Amsterdam.